Zijlijn
Mijn kind was er bijna niet geweest. Nog altijd ervaar ik haar bestaan op sommige momenten als half doorschijnend.
Niet dat haar fysieke aanwezigheid daar aanleiding toe geeft. Ze huppelt door mijn leven, vlak voor mijn ogen, kwebbelt en straalt en vraagt en krijgt mijn aandacht en praat en vraagt over alles wat haar bezig houdt en haar levenslust kookt regelmatig zo over, dat ik nog maar net het deksel op de pan krijg.
Ons was een bestaan zonder kind zo helder voorgesteld dat dit beeld nog regelmatig door de werkelijkheid heen schijnt.
Het wordt wel minder duidelijk. Want hoe weet ik hoe we hadden geleefd als we met zijn tweeën waren gebleven? Ik weet alleen nog hoe het was voordat tot ons beider ongeloof de test twee streepjes aangaf. Het ongeloof bleef het basisbestanddeel van de mix van emoties die ons overviel toen ook de echo een levend en bewegend en zich uitrekkend kindje liet zien.
Zelfs toen er een bloot, nat en warm meisje op mijn borst werd gelegd hield ik de deur in de gaten waardoorheen de echte ouders zouden komen om haar op te halen.
Maar die kwamen niet.
Nu is ze een lange, tengere kleuter met praatjes voor tien. Ze is slim en vrolijk en verbaast ons dagelijks met haar wijze vragen en haar kijk op deze wereld.
En ze is nog altijd bij ons. Maar niet van ons.
Zij is van zichzelf. Doordat bij ons de connectie 'stoppen met de pil-een kind' na vijf jaar wachten niet meer aanwijsbaar was ben ik ervan overtuigd dat het niet onze wens die voor haar bestaan heeft gezorgd. Misschien die van haarzelf, of God, dat weet ik niet. Waarom zij toch gekomen is is een antwoord uit een wereld waar ik niet bij kan.
Onze wens had er in elk geval bar weinig mee van doen.
Dat maakt mijn dankbaarheid des te groter. Zo groot dat die mij soms in de weg staat. Haar bestaan is zo niet-vanzelfsprekend dat ik het idee heb dat ik er alsnog moeite voor moet doen, dat ik haar het een en ander verschuldigd ben, op zijn minst een leuk leven. Ik wilde het immers zo graag.
Maar opnieuw ontdek ik dat dat niet aan mij is. Zij leeft haar eigen leven en staat fier haar mannetje.
Natuurlijk sta ik aan de zijlijn en moedig haar aan, applaudiseer waar nodig, bescherm haar, geef de grenzen aan en zorg voor consequenties als ze die overtreedt.
Maar haar levensvreugde komt uit haarzelf. Daar hoef ik niet voor te zorgen.
Zij redt zich wel. Mijn meisje.