Moeizaam
In november heb ik meegedaan aan NaNoWriMo: schrijf een roman van 50.000 woorden in één maand. Dat is me erg goed bevallen, de intuïtieve en non-kritische manier van schrijven heeft veel moois opgeleverd.
Werktitel: de asymmetrische minnaar.
Nu ben ik met de uitwerking bezig en dat vind ik een stuk lastiger.
Het kan allemaal zo mooi in je hoofd zitten, (en er uitgebraakt zijn) er voor anderen leesbaar en spannend geheel van te breien is vers twee.
Vooral moeilijk vind ik de goeie toon te pakken krijgen. Niet te moeilijk, niet te makkelijk, niet te gewild literair, niet te kinderlijk, niet te frivool, niet te direct, niet te poëtisch en niet te cynisch.
De innerlijke criticus, die ik in november mooi de mond gesnoerd had, spreekt nu volop mee en soms een beetje te. Dacht ik gisteravond nog: nu heb ik eindelijk de goeie toon te pakken, vanochtend dacht ik alweer: wat een gezeur heb ik geschreven.
Ik laat het nu wederom een paar dagen rusten. Wie weet helpt het als ik er weer wat frisser tegenaan kijk.
Of zou (een beetje) twijfel gezond zijn? Zodat je in elk geval niet op routine vaart, je echt ergens mee aan het worstelen slaat en in de krochten van je ziel rondwaart? Ik denk het eigenlijk wel.
Het zal in elk geval wel érgens goed voor zijn.