Schrijven is problemen oplossen die je niet gehad zou hebben als je niet zou schrijven.
Voor ik begin met schrijven heb ik altijd een plan, een grove structuur uitgedacht. Ik weet welke personages meedoen, hoe ze heten en wat hun hobby's zijn, ik weet wat ze mee gaan maken en wat hun rol in het verhaal is.
Maar het echte schrijven moet dan nog beginnen. Ik begin ergens, zoek de juiste toon, de juiste sfeer.
In het begin vliegen de zinnen mijn toetsenbord uit, duizenden woorden per dag soms en omdat er nog zoveel open ligt, schrijf ik veel waarvan ik nog niet precies weet wat ik daar verder mee ga doen. Het kan er altijd weer uit tenslotte.
En elke keer komt daar ook het moment waarop ik het niet meer weet. Ik heb wel bedacht wat de afloop zal zijn, maar vaak nog niet hoe ik daar dan moet komen. (Teveel) toeval in een roman is een doodzonde. Het einde van het verhaal moet voortkomen uit het verhaal zelf.
Ik word chagrijnig, mopper een eind van me af, twijfel of het wel een goed verhaal is, lees boeken waar het de schrijver wel gelukt is en maak wandelingen om van dat ongedurige gevoel af te komen. Ik vraag me af wat ik mezelf toch aandoe met dat ijdele gedoe om te willen schrijven.
En tot nu toe is het me elke keer nog overkomen: opeens is daar De Ingeving. Ik zie ineens heel helder hoe ik bij het einde kan komen, en dat is altijd met iets wat ik in het begin van het verhaal al geschreven heb.
Dan blijkt wat de onbetekende medereiziger in de trein gezegd heeft opeens van cruciaal belang voor het Inzichtmoment van de hoofdpersoon. (In: Dat Eet Ik Echt Niet!) Of dat een rare gewoonte van een collega de sleutel is tot het herstellen van de relatie (In: Reünie in Rome)
De ontknoping ontstaat dus door wat ik onbewust al eerder in het verhaal geschreven heb, zonder dat ik toen wist waarom! Waanzinnig fascinerend.
Het overkwam me vanmiddag weer. Toen ik in de trein naar Harderwijk stapte voor een werkoverleg, plopte er opeens een gedachte in mijn hoofd en ik zag haarscherp voor me hoe ik mijn roman De Halfbroer (werktitel) naar een einde toe zal schrijven. Ik wist gewoon zonder meer: dit is Briljant. Geniaal. (dat gevoel trekt in de loop van de dagen erna wel weer bij hoor)
Uiteraard heb ik altijd een notitieboek bij me en ik schreef meteen 3,4 bladzijden vol om de inspiratie geen kans te geven op station Zwolle achter te blijven.
Dat zijn echt momenten waarop ik bijna zou gaan denken dat ik het niet zelf bedenk, het voelt alsof het me ingegeven wordt.
Alleen moet ik het natuurlijk nog wel "even" opschrijven allemaal. :-)